En onmiddellijk rechtte ze haar rug en ze prees God

From SPIRIN
Jump to: navigation, search
Gedachten over Herbronning
Jakob en de Engel.origineel.jpg

En onmiddellijk rechtte ze haar rug en ze prees God
Gedachten over Herbronning – Deel 07
Pierre Humblet




En onmiddellijk rechtte ze haar rug en ze prees God
Gedachten over Herbronning – Deel 07

Pierre Humblet    2005Published


En onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God – Gedachten over herbronning (7) [1]

In het vorige deel van deze artikelenreeks hebben we de bijdrage aangekaart, die met religieu­zen verbonden leken kunnen hebben voor de toekomst van het religieuze leven. In Nederland zijn rond een groot aantal religieuze instituten ruim zeventig kringen, gemeen­schappen en bewegingen ontstaan, die delen in hun religieus erfgoed en daar ook steeds meer zelf actief gestalte aan geven.[2] We zullen nu dieper ingaan op de achtergronden daarvan.

Het werkdocument van het in november 2004 gehouden internationale UISG / USG-congres over religieus leven, stelt het volgende: [3]

“Een authentieke vernieuwing van het religieuze leven en een revitalisering van haar mis­sie moeten voortkomen uit een gezonde en levendige spiritualiteit. We zien in onze wereld een dorst naar het heilige en een verlangen naar spiritualiteit, zin en transcendentie.”
[4]

De eerste zin van dit citaat wijst op de noodzaak van vernieuwing van het religieuze leven vanuit een gezonde en levendige spiritualiteit.
De tweede zin constateert een dorst daarnaar in de samenleving.

Het is opvallend hoe die twee hier aan elkaar gekoppeld worden. Zowel voor de toekomst van het religieuze leven zelf, als voor het zoeken van mensen daarbuiten, is het vinden van nieuwe wegen om te leven vanuit een authentieke spiritualiteit cruciaal. Kort gezegd:
de wereld dorst naar dat wat de kern moet zijn van het religieuze leven.

Dat betekent niet dat het ene zonder meer een pasklaar antwoord biedt aan het andere. Wel geldt dat – wil het religieuze leven voor mensen van deze tijd betekenis hebben – het zich met hen en met hun verlangend zoeken zal moeten verbinden. Dat inzicht zien we ook terug in het eerder aangehaalde werkdocument:

“Het religieuze leven zal zijn identiteit hervinden wanneer het zich manifes­teert en handelt als een getuigenis van God, als een verkondiger van God’s Rijk en wanneer het langs serieuze spirituele wegen op een intelligente en invoelende manier luistert naar wat in het menselijk hart omgaat.”[5]

Behalve dat we door, met en in ons leven gestalte geven aan een waarachtig getuigenis van het Rijk Gods, is dus essentieel dat we ‘luisteren naar wat in het menselijk hart omgaat’. Wat zou dat kunnen inhouden? Hoe moet dat?

Jezus zag haar

Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat
[10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen. (Lucas 13,10-17)

Een mooi beeld daarvan vinden we in een van de genezingsverhalen in het evangelie van Lucas. Het complete verhaal is afgedrukt in het kader hiernaast. De vertelling begint met enkele korte zinnetjes die de situatie beschrijven:

“Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten.” (Lc 13,10-11)

De informatie die we krijgen is heel summier: – het is sabbat – het gebeurt in een synagoge, – er is een vrouw – al achttien jaar lijdend – een ziek makende geest – krom lopend – niet in staat om zich op te richten.
Er wordt ons geen naam verteld, ook niet of ze getrouwd is of kinderen heeft, niets van dat alles.

Die beperktheid van de inlichtingen over deze vrouw is een voordeel. Het geeft namelijk ruimte om onszelf met haar te identificeren.

Ook voor Jezus moet de informatie summier geweest zijn. Deze vrouw staat plotseling voor hem en zijn oog valt op haar. Een paar woorden echter laten zien dat hij toch meteen tot de kern weet door te dringen. Hij zag haar:

“Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God.” (Lc 13,12-13)

In deze tekst is het opvallend dat de vrouw Jezus geen vraag stelt. Ze smeekt niet om genezing. Ook wordt door Jezus nergens iets gezegd in de geest van: “Uw geloof heeft u gered”, of “Uw zonden zijn vergeven”. Wat hier gebeurt, is van een andere orde. Het initiatief ligt bij Jezus en bij zijn bewogenheid om haar: “Hij zag haar…”.

Zien | Bewogen worden | In beweging komen
Barmhartigheid is een beweging.
Een beweging van:
Zien - Bewogen worden - In beweging komen.
Een drieslag die telkens weer gebeurt.
De eerste stap is de ander écht zien
in zijn kleinheid en naaktheid
én in zijn menselijke waardigheid en uniek-zijn.
De tweede stap is je door de ander laten raken.
De ander doet je wat.
Je laat hem of haar bij je binnen.
En de derde stap is in beweging komen,
oversteken naar de ander,
je tot naaste maken.
[6]

Dit verhaal is een schoolvoorbeeld van hoe barmhartigheid in zijn werk gaat. In het motto van de Beweging van Barmhartigheid wordt dat in een notendop samengevat: Zien – Bewogen Worden – In Beweging Komen (zie de hiernaast afgedrukte tekst). Jezus zag haar, hij sprak haar aan en hij legde haar de handen op.

Tegelijk kunnen we zeggen: Zij sprak Hem aan. Woordeloos maar onmisken­baar, want blijkbaar voelde hij zich aangesproken door haar gebogenheid en door haar onvermogen zich daaruit op te richten. Op basis van dit ‘zien’ wordt zij door hem aangesproken tot in de kern van haar wezen. Verlossing van haar kwaal wordt haar aangezegd en wordt aan haar gerealiseerd.

Boven zeiden we dat het initiatief bij Jezus ligt en bij zijn bewogenheid om haar. Voor zover het de stap van Jezus betreft om zich haar lot aan te trekken is dat waar, maar er staat ook:

“Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. Daar bevond zich een vrouw ...” (Lc 13,10-11)

Hij gaf onderricht en mensen kwamen daar op af. Van Jezus zijn weliswaar veel gene­zings­verhalen verteld, maar toch stond dat in zijn optreden niet voorop. Hij was in de eerste plaats een rondtrek­ken­de leraar en onophoudelijk verkondigde hij daarbij Gods nabije en barmhartige aanwezigheid, die hij Rijk Gods noemde. Daarmee raakte hij vaak precies de gevoelige snaren aan van het zoeken en verlangen van zijn tijd. Velen kwamen om naar hem te luisteren, ook deze keer. En daar – tussen die zoekers – bevond zich deze vrouw. Ook zij hoorde bij die groep die toestroomde in de hoop om in en via Hem iets te ervaren van die Goddelijke nabijheid.

Aan haar gebeurde dat op een onverwachte en ingrijpende manier. Het maakt de uitwerking zichtbaar van die barmhartige nabijheid, een uitwerking die we kunnen samenvatten met de woorden: zij werd gezien – zij werd bewogen – zij is in beweging gekomen.

Je gezien weten en beseffen dat je ten diepste aanvaard bent, is het fundament van verlossing. Die ervaring bevrijdt je van de kwaal van je gebogenheid. Je kunt weer rechtop door het leven gaan: “onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God.” Dat blijkt ook in vers 16, waar Jezus zegt:

“Moest deze dochter van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?” (Lc 13,16)

Of dat nou echt per se op de sabbat moest en wat de rol van de satan was, is eigenlijk niet zo interessant. Waar het om gaat is dat zij door hem in haar waarde gezien werd, als een dochter van Abraham. Zij hoorde er weer bij. Dat maakt dat ze bewogen wordt en in beweging komt (ze rechtte haar rug en ze prees God). Ze komt nu zelf in actie, ze wordt subject van haar eigen verhaal en is niet langer enkel lijdend voorwerp.

Wij – dochter van Abraham

Wie is die dochter van Abraham? In het verhaal mogen we veronderstellen dat ze in de eerste plaats het volk Israël symboliseert, dat door Jezus voortdurend aangespoord werd om zich weer op te richten uit zijn gebogenheid en verstarring.

Maar uiteindelijk gaat het hier om ons zelf:

  • Waarin bestaat uw of mijn gebogenheid?
  • Waaronder gaat het religieuze leven in Nederland al jaren lang gebukt?
  • Waardoor komt het dat het zich (qua aanwas) niet meer lijkt te kunnen oprichten? [7]

Ook wij, onze kerk en de wereld van de religieuzen, ook wij worden aangesproken en uitgenodigd om weer rechtop te gaan, zodat ons leven één grote lofprijzing wordt. Onder invloed van de verdeeldheid in onze kerk en in het perspectief van de processen van afbraak en vergrijzing om ons heen, is het soms moeilijk om overeind te blijven en het geloof in stand te houden dat religieus leven toekomst heeft. Ook wij zijn die dochter van Abraham. Dat houdt in dat wij zowel delen in de belofte die aan hem werd gedaan, als in zijn roeping om ons land te verlaten, vruchtbaar te worden en een zegen te zijn:

“De heer zei tegen Abram: ‘Trek weg uit uw land, uw stam en ouderlijk huis, naar het land dat Ik u zal aanwijzen. Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw naam groot maken, zodat u een zegen zult zijn.” (Gen 12,1-2)

Hoe kunnen wij weer in beweging komen en ‘ons land verlaten’ in de richting van het beloofde land? Wat houdt ons – misschien al jaren lang – vastgebonden? Hebben we in onze gebogenheid nog wel voldoende kracht om ons op te richten? Om ons op Hem te richten?

Precies op dat punt wijst dit verhaal ons de weg. Het initiatief hoeft niet uitsluitend bij onszelf te liggen. Nog voor wij een vraag hebben kunnen stellen komt Hij namelijk op ons toe, steeds opnieuw. Ook voor ons geldt dat wij worden gezien – dat wij worden bewogen – en dat wij daardoor in beweging komen.

In beweging komen

Veel noden waarvoor bepaalde religieuze instituten zich in het verleden hebben ingezet, zijn in onze westerse samenleving niet meer zo schrijnend aanwezig. Denk maar aan onderwijs en ziekenzorg. Hun doel lijkt daarmee bereikt te zijn en dat betekent dat er dan ook eigenlijk geen reden meer is om ze in stand te houden.[8]

Het charisma van een orde of congregatie is echter meer dan enkel de nalatenschap van een stichter of stichteres. Zij is een levend geheel dat zich steeds opnieuw oriënteert en dat voortdurend voeding en nieuw leven moet ontvangen vanuit haar bronnen, vanuit een levende Godsrelatie en vanuit het hier en nu.
Deze permanente herbronning sluit ook in, het zich steeds weer bezinnen op haar doel en dat zo nodig bij te stellen. Ontbreekt dat, dan ontstaat een scheefgroei en verstarring die op den duur dodelijk is. (…ze leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. Lc 13,11)

De noden van onze huidige westerse samenleving hebben een heel ander gezicht dan die van bijvoorbeeld de negentiende eeuw. Tegenwoordig zijn deze misschien nog wel het meest gelegen in vragen rond zin en religiositeit. Op het terrein van religie en zingeving heeft de laatste decennia bijna alles zijn vanzelfsprekendheid verloren. Tegelijk zijn velen juist op zoek naar spiritualiteit.

Er is weliswaar een ruim aanbod van groeperingen, instellingen en stromingen die op deze behoefte inspelen. Antwoorden van de kant van onze traditionele Christelijke kerkgemeenschappen en vanuit de religieuzen, staan daarbij naast die van nieuwe religieuze bewegingen, charismatische stromingen, oosterse religies, New Age, etc.[9] Toch weet lang niet iedereen op dit vlak zijn thuis te vinden.

Als er één terrein is waar voor de religieuzen in de huidige tijd een zending ligt, dan is het precies die spirituele nood. In de eerste paragraaf van dit artikel hebben we dit samengevat met de woorden: de wereld dorst naar dat wat de kern moet zijn van het religieuze leven.

Tegelijk is er geen zending die zo moeilijk is als juist deze. Zoals elke andere groepering, kunnen onze religieuze gemeenschappen alleen dan een antwoord bieden voor dit zoeken, naarmate zij zelf een weg gaan waarin zij dat antwoord doorleven. De commissie Roepen benadrukte dat in oktober 2005 in haar Statement “Gezaaid in goede aarde – het roepen houdt aan”:

“Dat houdt vooral in dat wij ‘zaaien’ door zelf tot zaad te worden: dat wij onze eigen roeping en het charisma van onze gemeenschappen in ons leven tot ontplooiing laten komen door een grondhouding van horen, begrijpen en vrucht dragen.” [10]

Een religieus is immers primair iemand die zelf van het God zoeken zijn levensweg maakt. Met de woorden van het Mission Statement van de KNR: religieuzen zijn mensen die, “geraakt door Jezus Christus en het evangelie, een leven leiden van toewijding aan God, aan hun gemeenschap en aan de naaste, ruimte scheppend voor het zoeken en ter sprake brengen van God en voor solidariteit en nabijheid.” [11]

Daarvoor moeten we met Abraham ons land durven verlaten in de richting van het be­loof­de land. Het in beweging komen zelf is daarbij de weg, benadrukt Timothy Radcliffe:

“Wat ik heb getracht te betogen is dat wij pelgrims moeten zijn indien we in contact willen komen met de religieuze gevoeligheden van jongeren. Pelgrims die reizen zonder overbodige ballast, die arm zijn en die nederig van hart zijn en zoekers zijn. Dat zal ons in staat stellen om te kijken naar de fundamentele waarden van het moderne Europa, niet om deze te bestrijden of te verheerlijken, maar om deze te transformeren, te verdiepen. Het transformeren van vrijheid als vrijheid van, de vrijheid van het niet-behoren, tot vrijheid als gave.” [12]

Dit pelgrim zijn betekent dat wij geen antwoord hoeven te geven op het zoeken van anderen. Ons eigen zoeken moet het antwoord zijn. Dat houdt in: in beweging komen en in beweging blijven. De best denkbare bijdrage van religieuzen is dat wij voorgaan in het God zoeken en anderen de mogelijkheid bieden zich daaraan te spiegelen.

Deze missie is dan ook niet voorbehouden aan de jongste en nog vitale religieuzen. Tot in de laatste uren van ons leven zijn wij geroepen en tot het einde toe hebben we de mogelijkheid om Gods barmhartige aanwezigheid te beleven en gestalte te geven. [13]

De zoekenden zelf zijn het antwoord

Van de andere kant bezien kunnen we stellen dat de zoekenden zelf het antwoord zijn. We kunnen dat bijvoorbeeld zien aan diegenen die zich aan onze poorten melden met een roeping tot het klassieke religieuze leven. Dat zijn er misschien niet veel, maar ook zij zijn kinderen van deze tijd. Zij weerspiegelen in versterkte mate dat verlangen in de samenleving naar spiritualiteit, zin en transcendentie waar het USG / UISG-document op wijst (zie boven). Het is dan ook niet vreemd dat zij zich voor 80 á 90 procent aansluiten bij religieuze instituten die zich daarop concentreren: beschouwende ordes en andere gemeenschappen die nadrukkelijk werk maken van spiritualiteit.

Hetzelfde geldt over het algemeen ook voor de duizenden die zich hebben aangesloten bij kringen en bewegingen van leken rond religieuzen. In deel zes van deze artikelenreeks kondigden we een website-overzicht aan van deze groeperingen. Dat is inmiddels gerealiseerd en wordt voortdurend aangevuld. Inmiddels worden daar ruim zeventig groeperingen vermeld.[14] Het betreft hier een bont geheel van grote en kleine groepen en bewegingen. Sommige zijn vooral op gebed en bezinning gericht; andere hebben nadrukkelijk een missio­nair stempel. Er zijn er die het karakter hebben van een intensieve woon-werk­gemeen­schap, terwijl andere zo nu en dan bijeen komen als een soort vereniging.

Onder al die verschillen gaat tegelijk iets gemeenschappelijks schuil: meestal staat een diep religieus verlangen voorop. Het werkelijk vinden van een plek waar dit verlangen gevoed kan worden, wordt dan vaak ervaren als een ‘thuis komen’: thuis komen bij God, thuis komen bij zichzelf en thuis komen bij elkaar.

Een voorbeeld daarvan vormt de kring van participanten rond Priorij Emmaus. Hier is ervoor gekozen aan betrokken leken de mogelijkheid te bieden om zich nauw met de gemeenschap te verbinden en op regelmatige basis ook aan haar gemeenschapsleven deel te nemen. Deze openheid naar buiten toe wortelt in een lange traditie die er van uit gaat dat ‘als hun spiritualiteit waardevol is, zij deze niet voor zichzelf mogen houden’.[15] Zuster Hildegard zegt daarover:

“Wij bieden de vrouwen die hier komen een extra kans om aan hun diepste verlangen toe te komen, om het een naam te geven, misschien God, misschien liefde, in ieder geval een persoonlijke naam.”[16]

Dicky Brouwer (participante) beschrijft hoe dit op haar uitwerkt:

“Hierdoor word ik in mijn diepste ziel geraakt, anders dan op alle andere plekken. In die zin is de uitwisseling met de vrouwen, die net als ik voor het participantenleven kiezen, van wezenlijk belang. Ze delen met mij het verlangen naar een kloosterleven, ze weten wat ik bedoel met het geraakt zijn.”[17]

Op een heel andere manier vinden we dit fenomeen terug bij de gemeenschap van de broeders van Taizé en de mondiale Taizé-beweging die om hen heen ontstaan is. Nooit hebben zij de bewuste keuze gemaakt om een pelgrimsoord te worden. Zij werden gevonden en omarmd door jongeren voor wie hun spiritualiteit en missie tot inspiratie werd:

“Van het begin van de lente tot het eind van de herfst komen er elke week jongeren uit verschillende werelddelen naar de heuvel van Taizé. Samen met vele anderen zoeken ze naar een zin voor hun leven. Ze gaan op weg naar de bronnen van vertrouwen in God, als een innerlijke pelgrimstocht. Dit moedigt hen aan om te werken aan vertrouwen onder mensen.Sommige zomerweken nemen meer dan 5000 jongeren uit 75 landen deel aan dit gezamenlijk avontuur. Het gaat verder als zij weer naar huis gaan. Het wordt concreet in hun verlangen om innerlijk leven te verdiepen en door hun bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen om de aarde beter bewoonbaar te maken. (...) Tijdens een week in Taizé gaan de ervaringen van gemeenschap met God in het gebed samen met het zelf nadenken en met gemeenschap en solidariteit tussen volken.”[18]

Het is belangrijk “plaatsen voor God” te scheppen als een soort ‘geestelijke laboratoria’, benadrukt Karl Maderner in zijn artikel “Suchende – heimatlos in der Kirche?”   Parochies lukt dat vaak onvoldoende.

“Er zijn zoekenden, die Jezus Christus tot centrum van hun leven willen maken. Ze willen geestelijk leven! Maar waar zijn in onze kerk die ‘geestelijke laboratoria’ te vinden, waar jonge en jong gebleven mensen samen het geloof vorm kunnen geven op een manier die bij hen past, zonder meteen in een orde of congregatie in te treden? Jongeren hebben mensen nodig wier evangelische levensstijl echt is en die hen kunnen binnen voeren in de fundamentele geestelijke waarden. Bij hen kunnen zij hun vaak nog verborgen vragen toelaten en ontdekken.”[19]

Het delen van ons religieus erfgoed met leken via open religieuze gemeenschappen, via centra voor spiritualiteit en via kringen en bewegingen die een band hebben met religieuzen, doet bijna als vanzelf dergelijke ‘laboratoria’ ontstaan.

Inspiratie en inspanning

Daarbij moeten we ons echter geen illusies maken over de maakbaarheid van dergelijke plekken. Ze vragen zowel inspiratie als inspanning. Daarbij is het volgende van belang:

  • Steeds wanneer we spreken over het delen van ‘ons religieus erfgoed’, gaat het weliswaar om onze eigen religieuze tradities, maar voortdurend moet voorop staan dat die slechts een gestalte zijn van het ‘erfgoed van Jezus Christus / van God’. Alleen wanneer we dat besef en die verbinding weten te bewaren, kan dit gedeelde erfgoed verder uitgroeien en vrucht dragen.
  • Religieus erfgoed groeit aan, doordat het in mensen wortel schiet. Dat wat aan ons wordt toevertrouwd moet eigen worden, of we nu “religieus” zijn in klassieke zin, of “leken­verbondene”. Het moet worden tot dat waaruit wij leven, ieder op onze eigen manier.
  • Erfgoedoverdracht klinkt vrij zakelijk, maar is uiteindelijk niets anders dan ingroeien in een levende spiritualiteit, zodat deze voor jou een geleefde spiritualiteit wordt. Dan breekt ook het moment aan dat leken mede-dragers en mede-doorgevers van dat erfgoed kunnen worden.
  • Het religieuze leven zoals we dat nu kennen, is vormgegeven vanuit het perspectief van de klassieke religieus: de volledige, ongedeelde toewijding; mensen die zich voor het leven aan een gemeenschap binden, als antwoord op een besef van roeping. Roeping is inderdaad een ondeelbaar gegeven. Het vraagt om een antwoord dat heel je leven door­gist. Dat geldt ook voor leken.
  • Anders dan in het klassieke religieuze leven is er in dit verband geen sprake van een ermee verbonden ‘levensloopregeling’. Misschien wordt je levensloop er zelfs nog wel iets meer door ontregeld. Het verlangend zoeken vindt hooguit een zekere vervulling: doordat men een thuiskomen ervaart in het charisma van een bepaalde religieuze gemeenschap of traditie, een bij elkaar thuiskomen in een beleving van gemeenschap en verbondenheid en een thuiskomen bij zichzelf.
  • Gemeenschap opbouwen is niet iets romantisch. Soms natuurlijk wel. Maar het betekent ook elkaar aanvaarden terwijl je elkaar niet hebt uitgekozen. Juist dan zelfs elkaar te steunen in het doen ontplooien van wat elk aan talenten ontvangen heeft.
  • Het is van belang in dit alles de vreugde te bewaren, of je nu “religieus” bent of leek. Het moet een ingaan blijven in de vreugde van de Heer. Daarin kunnen we alleen maar hopen op kracht, liefde, wijsheid en zegen, zodat we iets kunnen ervaren van de betekenis van de woorden: “Kom delen in de vreugde van je heer.” (Matteüs 25,21)

Uiteindelijk gaat het om het zelf gaan van een religieuze weg. In de geest van ons toegroeien naar Kerst zou ik daarom, aansluitend bij Jesaja 43,18-19, willen besluiten met de woorden:


Zie, een nieuw begin ga Ik maken...

Voel je hoe het al ontkiemt?

Merk je hoe mensen nieuwe wegen gaan
als water in dor land?

Ongebaande wegen.
Het ene punt leidt niet automatisch naar het volgende,
Maar elke stap kan opnieuw een startpunt zijn.

Wat telt is niet hoe ver je bent.
Het gaat om hoe dichtbij je bent,
nabij de ander, bij jezelf, bij het moment.



  1. Dit is het zevende deel van een artikelen­reeks over herbronning. De eerste afleveringen verschenen in de KNR-bulletins van decem­ber 2002, februari 2003, april 2003, februari 2004, december 2004 en februari 2005. Deze kunt u vinden op de website van de KNR, onder de menuknop “Publicaties”.
  2. Een overzicht treft u aan op de website van de KNR.
  3. Van 22 tot en met 27 november kwam in Rome het UISG / USG – Congres over Religieus Leven bijeen om na te denken over de positie en de toekomst van het religieuze leven in onze kerk en samenleving. Zie deel 5 van deze serie (december 2004), pagina 5. Meer informatie vindt u op de website van Vidimus Dominum (N.B.: daar is dit werkdocument in 2010 inmiddels niet meer vindbaar ...) en op de website van de KNR onder de menuknop “Publicaties”.
  4. Vertaald uit het werkdocument van het UISG / USG – Congress 2004. With a Passion for Christ and Passion for Humanity, paragraaf 41. De volledige tekst van dit document kunt u vinden op de KNR-website onder de menuknop onder de menuknop “Publicaties”.
  5. Werkdocument Congress 2004. With a Passion for Christ and Passion for Humanity, paragraaf 43.
  6. Bron: Website Beweging van Barmhartigheid in 2005; inmiddels (in 2010) is deze tekst daar niet meer in deze vorm te vinden. Wel is de drieslag Zien | Bewogen worden | In beweging komen ook weer kern van de huidige intentieverklaring.
  7. 'We spreken hier over het religieuze leven in Nederland in het algemeen, maar zijn ons daarbij bewust van het feit dat er tegelijk nog een aantal bloeiende gemeenschappen is met aanwas, en dat ook daar waar sprake is van afbouw meestal een intens en waarachtig religieus leven geleefd wordt.
  8. De noodzaak om als religieuzen een bezorgde brief over de ontwikkelingen in de zorg aan te bieden aan staatssecretaris Ross, geeft reden om te betwijfelen of deze doelen ook werkelijk bereikt zijn. Brief d.d. 4 oktober 2005; zie: http://www.knr.nl/publicaties.
  9. Hierop wordt uitgebreid ingegaan in de brochure Hunkering naar heelheid: het nieuw-religieuze verlangen naar een authentiek bestaan. Door: A. van Harskamp, E. Borgman e.a., Studiegroep Nieuwe Religieuze Bewegingen van de Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving, KRKS, Den Bosch 2000.
  10. Gezaaid in goede aarde – het roepen houdt aan. Statement van de Commissie Roepen, Den Bosch, 10 oktober 2006. De volledige tekst van dit Statement kunt u vinden op de website van de KNR.
  11. Mission Statement van de KNR; zie ook: http://www.knr.nl onder de menuknop “Mission Statement”.
  12. Timothy Radcliffe o.p., De rol van religieus leven in de vorming van een ethisch bewustzijn in een multicultureel Europa, Toespraak tot UCESM-assemblée, Ljubljana, februari 2004, Vertaling: Will van de Ven en Ad Leys, in de reeks: KNR-publicaties, nr. 31.
  13. Mission Statement van de KNR; zie ook: http://www.knr.nl.
  14. Zie:Lekengroeperingen op de website www.religieuzen.nl.
  15. Thuiskomen in een ritme. Open klooster, Een interview van Marjolijn De Wilde met enkele zusters van de Priorij en een participante, in: TGL / Spiritualiteit 60 (2004/1) januari-februari, p. 40.
  16. Thuiskomen in een ritme, p. 49.
  17. Thuiskomen in een ritme, p. 48.
  18. Bron: website Taizé: http://www.taize.fr/nl_article784.html.
  19. Vertaald uit: P. Karl Maderner, Suchende – heimatlos in der Kirche?  In: Das Gespräch 2002-4 en 2003-1. Beschikbaar op internet via: http://www.haus-der-stille.at/Impulse/suchende.htm.