Dan zult u leven...

From SPIRIN
Jump to: navigation, search
Gedachten over Herbronning
Jakob en de Engel.origineel.jpg

Dan zult u leven...
Gedachten over Herbronning – Deel 06
Pierre Humblet




Dan zult u leven...
Gedachten over Herbronning – Deel 06

Pierre Humblet    2005article


Dan zult u leven… – Gedachten over herbronning (6) [1]

Veertig jaar Perfectae Caritatis

Dit jaar herdenken we dat het inmiddels al weer veertig jaar geleden is dat het Conciliedocument Perfectae Caritatis het licht zag (namelijk op 28 oktober 1965).[2] Dit “Decreet over de Aangepaste Ver­nieuwing van het Religieuze Leven” is een grote stimulans geweest voor de pro­cessen van herbron­ning waarmee sinds Vaticanum II geprobeerd is het religieuze leven meer bij de tijd te brengen en het tegelijk sterker te doen wortelen in haar charisma.

Met enthousiasme is hieraan gewerkt en voor talloze religieuzen en religieuze instituten is dit een zegenrijke weg gebleken:

  • scheefgroei uit vroegere perioden is vaak rechtgetrokken,
  • het charisma werd opnieuw geijkt op de Schrift en op de eigen funda­mentele bron­nen en
  • een nieuwe oriëntatie werd gezocht ten opzichte van onze snel veranderende kerk en samen­le­ving.

Toch leverden de afgelopen decennia wat dat betreft ook de nodige desillusies op. Aanvankelijk bestond vaak nog de hoop dat vernieuwing automa­tisch ook tot een aanmerkelijke nieuwe vitaliteit en aanwas zou kunnen leiden. Intussen is het overheer­sende beeld van de wereld van de religieuzen in Nederland en West-Europa er een geworden van vergrijzing en sterfte. Alleen in kwalitatief opzicht is er verbetering te bespeuren, in die zin dat de resterende religieuzen meestal tot een vernieuwde en verdiepte beleving van hun spiritualiteit en van hun gemeenschapsleven konden komen.[3]

“De heer uw God heeft u opgevoed”

Deze veertig jaren zijn voor religieus Nederland op verschillende manieren tot een spiegel geworden van het veertigjarig verblijf van het volk Israël in de woestijn.

Voor Israël was die woestijnperiode typisch een tijd van herbronning: een tijd waarin het onder leiding van Mozes moest zoeken naar een nieuwe identi­teit vanuit het perspectief van de uittocht uit Egypte en hopend op het land van belofte.

"Veertig jaar in de woestijn
[1] ‘Alle geboden die ik u heden voorhoud, moet u nauwgezet volbrengen. Dan zult u leven, talrijk worden en bezit gaan nemen van het land dat de heer uw vaderen onder ede beloofd heeft. [2] Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaar die de heer uw God u in de woestijn heeft laten maken. Hij heeft u toen vernederd en op de proef gesteld om uw gezindheid te leren kennen: Hij wilde zien of u zijn geboden zou onderhouden of niet. [3] Hij heeft u vernederd en u honger laten lijden, maar u ook het manna te eten gegeven dat u noch uw vaderen ooit hadden gezien. Hij wilde u daardoor laten beseffen dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van de heer komt. [4] De kleren aan uw lichaam zijn niet versleten en uw voeten zijn niet gezwollen, al die veertig jaar. [5] Besef dat de heer uw God u heeft opgevoed zoals een man zijn eigen zoon opvoedt, [6] en dat u de geboden van de heer uw God moet onderhouden door zijn wegen te gaan en Hem te vrezen.[7] Voorwaar, de heer uw God brengt u in een heerlijk land, een land met beken vol water, met bronnen en stromen die op de bergen en in de dalen ontspringen, [8] een land met tarwe, gerst, wijnstokken, vijgen en granaatappels, een land met vette olijven en honing, [9] een land waar u niet zuinig hoeft te zijn met brood en waar het u aan niets ontbreekt, een land waar ijzer zit in het gesteente en waar men koper delft uit de bergen. [10] Maar als u daar volop te eten hebt, prijs dan de heer uw God om het heerlijke land dat Hij u schonk. [11] Zorg dat u de heer uw God niet vergeet, en zijn geboden, voorschriften en bepalingen, die ik u vandaag opleg, niet vergeet na te leven.’ (Deuteronomium 8,1-11)

Het volk werd tot één volk gemaakt

  • door de collectieve herinnering aan zijn bevrijding,
  • door het besef van Gods trouwe en barmhartige nabijheid aan hen als volk en
  • door de wet van Mozes die tot collectief richtsnoer werd van het leven van alledag, zowel maatschappelijk als religieus.De hiernaast afgedrukte tekst uit Deuteronomium 8 gebruikt daarvoor het beeld van de opvoeding:
Besef dat de heer uw God u heeft opgevoed zoals een man zijn eigen zoon opvoedt, en dat u de ge­boden van de heer uw God moet onderhouden door zijn wegen te gaan en Hem te vrezen.’ (Deut 8,5-6)

Die opvoeding was echter een harde leerschool. Ze was een weg van loslaten, loutering en door de dood heengaan. Letterlijk zelfs, want de generatie die wegtrok uit Egypte zou, op een enkele uitzondering na, nooit in het beloofde land aankomen, zo lezen we:

Jullie zullen het land waarvan ik gezworen heb dat je er zou wonen, niet binnengaan, met uitzondering van Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun. Jullie kinderen, die volgens jullie zouden worden buitgemaakt, zal ik er wel brengen. Zij zullen het land dat jullie versmaad hebben, leren kennen.’ (Numeri 14,30-33)

Maar hoe lang, droog en confronterend die gang door de woestijn ook was, precies daar liggen voor Israël (en voor ons als delers van haar erfgoed) de voornaamste bronnen waaruit het tot op de dag van vandaag leeft.[4] Vandaar dat wij voortdurend worden aangespoord die tijd te gedenken:

‘Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaar die de heer uw God u in de woestijn heeft laten maken.’ (Deut 8,2)‘Zorg dat u de heer uw God niet vergeet, en zijn geboden, voorschriften en bepalingen, die ik u vandaag opleg, niet vergeet na te leven.’ (Deut 8,11)

Maar al te graag klampen we ons vast aan de melk en honing van het beloofde land. Daar is op zich ook niets tegen, maar deze vruchten van de belofte mogen nooit worden losgekoppeld van het verbond dat er de basis van is en van het spirituele erfgoed dat het volk in de woestijn ontving:

‘Hij zei tegen mij: “Sta op en ga voor het volk uit, zodat zij bezit gaan nemen van het land, dat Ik hun vaderen onder ede heb beloofd.”Welnu Israël, wat verlangt de heer uw God anders van u dan dat u Hem vreest en zijn wegen gaat, dat u Hem bemint en dient met heel uw hart en heel uw ziel, dat u de geboden van de heer onderhoudt en de voorschriften die ik u vandaag geef? Dan zult u gelukkig zijn.’ (Deut 10,10-13)

Leven we vanuit dat spirituele erfgoed, dan zullen we gelukkig zijn, dan zullen we leven:

‘Alle geboden die ik u heden voorhoud, moet u nauwgezet volbrengen. Dan zult u leven, talrijk worden en bezit gaan nemen van het land…’ (Deut 8,1)

Misschien maakt het dan zelfs niet meer zoveel uit of we nog door de woestijn zwerven of dat we leven in Kanaän. Waarachtig goed leven kunnen we alleen wanneer we ons laten voeden door het Woord van God:

‘De mens leeft niet van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van de heer komt.’ (Deut 8,3)

“Ik overdenk de weg die ik ga”

Boven schreven we dat het verblijf in de woestijn als een spiegel is voor religieus Nederland. Door middel van herbronningsprocessen is naarstig gezocht naar een nieuwe identiteit; meestal met succes. Toch zien we dat uiteindelijk misschien wel voor tachtig tot negentig procent van de religieuze instituten geldt dat ze in Nederland niet zullen overleven. Ze hebben te lang geen aanwas meer gehad en het kleine aantal nieuwe roepingen verdeelt zich over een beperkt aantal relatief vitale gemeen­schappen.

Dat roept de vraag op of al dat werken aan vernieuwing dan voor niets is geweest. Ik ben ervan overtuigd dat dat niet het geval is, want juist het feit dat we die weg bewandeld hebben, stelt ons nu in staat om – midden in processen van vergrijzing, sterfte en afbouw – te leven van alles wat uit de mond van de heer komt. (Deut 8,3) Veel meer dan in de eerste helft van de twintigste eeuw hebben religieuzen de afgelopen veertig jaar geleerd om vanuit het evangelie en vanuit hun eigen charisma de religieuze dimensie van hun bestaan centraal te stellen.

Precies dat is het wezen van het ‘ingaan in het beloofde land’. Het is niet een plek ergens ver achter de horizon, maar die plaats – waar dan ook – waar je het verbond met God en met elkaar beleeft en waar je leeft uit alles wat je uit Gods hand en uit Gods mond ontvangt. Hier vallen woestijn en land van verwachting samen.

Ik overdenk de weg die ik ga
en richt mijn voeten naar uw geboden.
Ik haast me en aarzel niet
om te onderhouden wat U gebiedt.
Al spannen de bozen hun strikken rond mij,
uw wet vergeet ik nooit.
Zelfs in het holst van de nacht sta ik op
om uw rechtvaardig bestel te loven.
Ik weet mij verbonden met iedereen die U eert,
met iedereen die onderhoudt wat U bepaalt.
Heel de aarde is vol van uw liefde;
breng mij de kennis van uw wetten bij.’

(Psalm 119,59-64)

Vanuit dat gezichtspunt kunnen we zelfs stellen:

Herbronning is uiteindelijk niet alleen een fase van vernieuwing van het religieuze leven, maar het is ook het beleven van de religieuze weg zelf. Iedere tijd opnieuw, iedere dag opnieuw, vraagt van een religieus levend mens en van een religieus instituut een herbezinning op de weg die je persoonlijk en / of collectief gaat.

De hiernaast afgedrukte Psalmverzen spreken die grondhouding treffend uit: Ik overdenk de weg die ik ga…

Het is tegen deze achtergrond dat in het Mission Statement van de KNR gesproken wordt over inkrimping en afbouw enerzijds, en nieuwe leden en nieuwe vormen van religieus leven anderzijds:

Diverse religieuze instituten gaan een weg van inkrimping en afbouw.
Tegelijk sluiten zich bij een aantal gemeenschappen nieuwe leden aan
en ontstaan op verschillende plaatsen nieuwe vormen van religieus leven.

Voor allen betekent deze fase een proces van groei
in de beleving van hun spiritualiteit,
een weg die hen als gelovige mensen bevestigt en uitdaagt.’
[5]

Wat ook de situatie is waarin je als religieus instituut verkeert, of het nu koersverlegging is, afbouw of opbouw, het is altijd een weg die vraagt om een voortdurende bezinning op het hier en nu vanuit de bronnen van ons charisma.

Nieuwe vormen van religieus leven

Het staat er heel bescheiden in het bovenstaande citaat:

Tegelijk sluiten zich bij een aantal gemeenschappen nieuwe leden aan en ontstaan op verschillende plaatsen nieuwe vormen van religieus leven.’

Maar achter die twee eenvoudige regeltjes gaat een hele wereld schuil. Er is momenteel veel in beweging. Er zijn natuurlijk in de eerste plaats inderdaad nog ordes, congregaties en abdijen waar nog nieuwe leden intreden die beginnen aan een religieus leven in klassieke zin. Gemiddeld gaat het daarbij in totaal om ongeveer 20 intredingen per jaar, waarvan er op termijn ongeveer vijftien ook blijven.[6] Het gaat daarbij om een vrij stabiele instroom en het is voor de toekomst van religieus Nederland van groot belang dat vast te houden.

Tegelijk is het goed ons daar niet op blind te staren en zodoende de rest niet te zien van wat er zich rond en in veel religieuze gemeenschappen afspeelt. Vanuit de Commissie Roepen van de KNR is de afgelopen jaren gewerkt aan het in kaart brengen en met elkaar in contact brengen van alles wat er geleidelijk ontstaat aan nieuwe vormen van religieus leven. Als instrument daarvoor is het Platform Rond Toekomst van Religieus Leven in het leven geroepen. Binnen dit kader wordt aandacht besteed aan een drietal gebieden, namelijk:

  • presentatie van ons religieus leven vanuit de invalshoek ‘roeping’, speciaal gericht op het meer klassieke religieuze leven,
  • associatie en andere vormen van verbondenheid en
  • andere manieren van ‘religieus erfgoed doorgeven’.

Op die laatste twee aandachtspunten willen we hier wat dieper ingaan. In zijn artikel Religieus leven in de toekomst, wijst Ton Baeten O.Praem. op een aantal signalen t.a.v. die zich al geleidelijk realiserende toekomst.[7] Hij wijst onder meer op het groeiende aantal kringen van geassocieerde leken rond religieuze instituten, de belangstelling voor tijdelijke en parttime bindingen, het ontstaan van gemengde gemeenschappen van mannen en vrouwen, en op de toenemende betekenis van plekken waar religieuze gemeenschappen en centra voor spiritualiteit een levendige wisselwerking vertonen met de plaatselijke kerkgemeenschap (p. 279-285). Met de nodige voorzichtigheid stelt hij dat in deze bewegingen en initiatieven al contouren zichtbaar worden van toekomstige verschijningsvormen van religieus leven, aangepast aan de culturele ontwikkelingen van onze tijd (p.286).

Vanuit ons bezig zijn hiermee kunnen we deze visie alleen maar bevestigen. In onze inventarisatie onderscheiden we een aantal hoofdcategorieën:[8]

  1. Geassocieerden en groepen van leken die min of meer rechtstreeks met religieuze instituten verbonden zijn. Daartoe rekenen we onder meer kringen zoals de Familia Augustiniana, de Maristengroep, de Chevalier-verbondenen en de Franciscaanse Leken Orde Nederland. Verder denken we daarbij aan de geassocieerden van bijvoorbeeld de Broeders van Maastricht, de Congregatie van het Heilig Sacrament en de Karmelieten, maar ook aan lekenmissionarissen van o.a. SMA en Mill Hill. In totaal zijn ons binnen die categorie 21 kringen en bewegingen van verbondenen bekend.
  2. Communiteiten van religieuze instituten waar (geassocieerde) leken meeleven.Wij kennen binnen deze categorie acht gemeenschappen, onder meer Priorij Emmaus en de Eleousacommuniteit van de Fraters van Tilburg.
  3. Min of meer zelfstandige groepen of bewegingen en ‘andere vormen van erfgoed doorgeven’.Op dit vlak telt onze inventarisatie tien bewegingen, waaronder de Stichting Don Bosco Groep Nederland, de Catholic Worker Beweging, de Franciscaanse Beweging, Vereniging Scala en de Missionaire Beweging van Afrika.
  4. Min of meer zelfstandige leefgemeenschappen op religieuze basis van (vooral) leken die vaak een band hebben met religieuzen. Onze telling komt ook hier momenteel tot minstens tien, waartoe we dan o.a. rekenen de Wonne, Communiteit Broederenstraat Deventer, Gemeenschap de Hooge Berkt en Het huis van Antonia.

In totaal gaat het dus om ongeveer 50 ons bekende groeperingen en bewegingen, die samen enkele duizenden leden hebben. Op korte termijn zal via de website www.religieuzen.nl een overzicht van deze groeperingen toegankelijk worden gemaakt.[9]

Wat bij deze bewegingen en gemeenschappen vooral opvalt, is dat meestal centraal staat het leven vanuit de spiritualiteit van de gemeenschap waarop men van huis uit georiënteerd is. Dat kan bijvoorbeeld een spiritualiteit van Barmhartigheid zijn, het Franciscaanse erfgoed of een bewogen gerichtheid op Afrika. Onderlinge gemeenschap wordt daarbij als een vitaal element gezien. Soms – maar minder vaak – speelt ook een vorm van actieve participatie aan de zending van een religieus instituut een rol.

Voor de toekomst van het religieuze leven is deze oriëntatie op het delen in het religieuze erfgoed (inclusief gemeenschap en zending) van groot belang. Het brengt nieuw leven aan de religieuze instituten waarmee men een band heeft. Maar omgekeerd biedt het een levensader voor de betrokken leken. Ook voor hen geldt (en misschien voor hen nog wel sterker) dat ‘ingaan in het beloofde land’ vooral betekent dat je op de plaats waar je bent het verbond met God en met elkaar beleeft en dat je leeft uit alles wat je uit Gods hand en uit Gods mond ontvangt. Ook tegen hen wordt gezegd:

‘Welnu Israël, wat verlangt de heer uw God anders van u dan dat u Hem vreest en zijn wegen gaat, dat u Hem bemint en dient met heel uw hart en heel uw ziel, dat u de geboden van de heer onderhoudt en de voorschriften die ik u vandaag geef? Dan zult u gelukkig zijn.’ (Deut 10,12-13)
Pierre Humblet

  1. Dit is het zesde deel van een artikelen­reeks over herbronning. De eerste afleveringen verschenen in de KNR-bulletins van decem­ber 2002, februari 2003, april 2003, februari 2004 en december 2004. Deze kunt u vinden op de website van de KNR: http://www.knr.nl , onder de menuknop “Publicaties”.
  2. Perfectae Caritatis. Decretum de accomodata renovatione vitae religiosae, Rome 28-10-1965. Tweetalige uitgave: Decreet over de aangepaste vernieuwing van het religieuze leven, Vertaling drs Al. Van Rijen M.S.C. in: Constituties en decreten van het tweede vaticaans concilie, nr. VIII, Katholiek Archief, De Horstink, Amersfoort 21(1966) nr. 1. Digitaal is de tekst beschikbaar via: http://www.stvitus.nl/concilie. In het eerste deel van deze artikelenreeks zijn we dieper ingegaan op de plaats en betekenis van dit document.
  3. Uiteraard moeten we hierbij niet vergeten dat herbronning een proces is van mensen: niet iedereen kon deze vernieuwingen waarderen als verbeteringen en ze van binnenuit meebeleven.
  4. Kijken we naar de geschiedenis van het volk Israel, dan zijn er natuurlijk meer perioden geweest die voor haar identiteit een beslissende wending inluidden. De tijdsspanne van de uittocht, de woestijn­perioode en de ontvangst van de Tora was dat, omdat de tradities voor het eerst werden vastgelegd. De ballingschap werd dat bijvoorbeeld doordat de oude identiteit opnieuw doordacht moest worden vanuit het perspectief van het wegvallen van de oude instituties, de tempel en de eredienst.
  5. Vorig jaar hebben we beloofd dat we een aantal keren aandacht zouden besteden aan dit Mission Statement en aan de manier waarop dit te maken heeft met herbronningsprocessen. De volledige tekst vindt u op de website van de KNR: http://www.knr.nl , onder de menuknop “Mission Statement” en op deze plaats binnen Spirin.
  6. Gegevens daarover kunt u vinden in het rapport: Pierre Humblet – Tot Roepen Geroepen. Analyse van de antwoorden op de enquête van de Commissie Roepen tot Religieus Leven, Konferentie Nederlandse Religieuzen, Den Bosch 2001.
  7. Ton Baeten O.Praem, Religieus leven in de toekomst. Samenleven ‘in de Heer’ ten bate van de medemens, in: Kloosters en religieus leven. Historie met toekomst, Samenstelling: M. Ackermans en Theo Hoogber­gen, Uitg.: Adr. Heinen e.a., Den Bosch 2002, p. 266-287.
  8. We onderkennen naast de hier vermelde categorieën ook nog die van de zogenaamde Nieuwe Internationale Religieuze Bewegingen (Focolare, Emmanuelbeweging, etc.), bewegingen zonder band met religieuzen waaraan vaak wel religieuzen participeren. Op de bewegingen in dit laatste veld richten we ons met dit platform niet.
  9. Dit overzicht is inmiddels hier gerealiseerd en wordt van tijd tot tijd bijgewerkt. Het in het oorspronkelijke artikel vermelde aantal van ongeveer 50 ons bekende groeperingen en bewegingen is inmiddels – in 2010 – uitgegroeid tot 70.